Revalidatie met oude vrouw

Minimaal bewustzijn

Het in kaart brengen van patiënten met minimaal bewustzijn in Nederlandse instellingen voor langetermijnszorg.

Inleiding
Minimaal bewustzijn (Minimally Conscious State; MCS) is één van de ergste uitkomsten van acuut opgetreden niet-aangeboren hersenletsel. Hierbij zijn er minimale tekenen van bewustzijn. Deze patiënten vertonen gedrag dat wijst op enig besef van het zichzelf en de omgeving, echter zij kunnen dit vaak niet consistent aangeven. De tekenen die op bewustzijn wijzen zijn wel reproduceerbaar of houden lang genoeg aan om onderscheiden te worden van reflexmatig gedrag, wat minimaal bewuste patiënten onderscheidt van patiënten in een vegetatieve toestand, tegenwoordig ook niet-responsief waaksyndroom genoemd (VT/NWS). Het onderscheiden van MCS van andere bewustzijnsstadia is moeilijk. Het beloop van MCS patiënten verschilt van dat van patiënten in VT/NWS. Na lange tijd (meer dan een jaar) kan nog verbetering optreden.

Sinds 2002 is MCS in de literatuur verankerd als apart bewustzijnsstadium. Er is weinig bekend over deze patiëntencategorie in de Nederlandse langetermijnzorg. Prevalentie, patiëntkenmerken en beloop zijn onbekend.

Doelen van het onderzoek
- Onderzoek naar de diagnostische waarde van visueel volgen en visueel fixeren. Visueel volgen en visueel fixeren worden vaak gezien als de eerste terugkerende tekenen van bewustzijn.

- Het bepalen van het prevalentiecijfer van MCS-patiënten in Nederlandse instellingen voor langetermijnzorg (verpleeghuisinstellingen voor mensen met een verstandelijke beperking, revalidatiecentra) en het in kaart brengen van de kenmerken van deze populatie. Deze informatie geeft voor het eerst inzicht in de omvang, kenmerken en het beloop van de doelgroep in de langetermijnzorg. Met deze kennis kan er in de toekomst beter op problemen en behoeften van deze patiënten ingespeeld worden. De kennis kan bijdragen aan een passend zorg- en behandelbeleid, waarbij beslissingen in de behandeling en zorg beter onderbouwd kunnen worden.

Methode
1. Literatuuronderzoek
2. Delphi-onderzoek
3. Landelijk prevalentie-onderzoek

Fase van het onderzoek
De resultaten van het literatuuronderzoek worden geanalyseerd

Dit onderzoek wordt gefinancierd door Azora, Terborg  

Deel deze pagina