Revalidatie met oude vrouw
Actueel

Anke Persoon is UKON-coördinator en onderzoeker V&V. Toen de oproep kwam aan oud-verpleegkundigen om bij te springen in de zorg, hoefde zij niet lang na te denken. Volg haar ervaringen in het verpleeghuis op deze pagina.

Blog 'Terug in de zorg'

Het pak en het masker (30-4-2020)

Een corona-afdeling ziet er in een ziekenhuis heel anders uit dan in een verpleeghuis. Nou, iets nuanceren: kán er heel anders uit zien. Vorige week werkte ik als invalskracht voor het eerst op een corona-afdeling in een verpleeghuis. Van de 28 bewoners met dementie hebben inmiddels 20 bewoners het coronavirus opgelopen; drie weken geleden is de afdeling in cohortverpleging gegaan. Ik vind mijn avonddienst spannend. Een collega mailt dat ze de eerste keer dat ze ‘in het pak’ gehesen werd ook nerveus was.

En, hoe ziet mijn pak eruit? Ik trek over mijn eigen kleding de beschermende kleding aan. Ik pak een vlieseline-achtige jas: zacht, comfortabel materiaal, maar niet vochtwerend. Met lange mouwen. De jas reikt tot aan mijn knieën, met knopen tot halverwege mijn bovenbenen. Met lopen komen mijn knieën vrij, maar gelukkig draag ik een lange broek. Daaroverheen een plastic halterschort, zoals je dat in de keuken zou dragen. Een veiligheidsbril. Mondneusmasker. Geen muts. De handschoenen gaan over de mouwen, maar die zijn te kort; ze kruipen terug naar mijn pols zodat ik telkens acht centimeter blote onderarm heb. De foto’s van de ziekenhuisafdelingen schieten door mij heen: handschoenen, werkpakken van pols tot enkel, muts, mondneusmasker, veiligheidsbril, gelaatsmasker…

We werken allemaal volgens de richtlijnen van het RIVM. Dus hoe kan dit nu? Dragen wij te weinig, of in het ziekenhuis te veel beschermende kleding? In ieder geval wordt mij duidelijk dat de verdeling van beschikbaar materiaal nog steeds onevenredig verdeeld is tussen de verschillende sectoren. Patiënten, verpleegkundigen en dokters in het ziekenhuis worden beter beschermd dan bewoners en verzorgenden in het verpleeghuis. Zij hebben blijkbaar een betere lobby in Den Haag. Mevrouw A. stort zich op het einde van mijn avonddienst snikkend in mijn armen: ‘Ik weet het niet meer’. Oei, mijn vlieseline-jas! Hoe moet dat nu?

Verzorgenden in Nederland: verenigt u! Pak die invloed. Laat je stem horen!

Anke Persoon, UKON-coördinator en onderzoeker V&V

Anke Persoon, UKON-coördinator en onderzoeker V&V

Schouder aan schouder (15-4-2020)

In het hele land doen we er alles aan om de anderhalve meter afstand te realiseren. Een vriendin vertelt daarover dat ze desondanks angstig is om boodschappen te doen en ze de bospaadjes te smal vindt om tegenliggers te kunnen vermijden. De discussie is nu zelfs of de afstand niet opgerekt moet worden naar vier meter, mooi verbeeld in een filmpje waar rode en groene aerosoldruppels in de rondte spatten.

Het zorgt allemaal voor een tamelijk ambivalente situatie in het verpleeghuis. Want daar is het afstand houden geen optie, en beschikken we niet over mondkapjes. Vanmorgen verzorgde ik in een uitstekende teamsfeer zeer kwetsbare bewoners met dementie. Op een corona-vrije afdeling. Natuurlijk passen we preventieve maatregelen toe. Hoewel? Ik kruip bijna ónder mevrouw Derksen omdat ze voorovergebogen in haar eigen wereld zit en ik oogcontact zoek. Hoezo social distancing? De collega’s gaan amicaal met elkaar om en staan naast elkaar, schouder aan schouder. Niet verwonderlijk, want veel keus hebben we niet! Zojuist hebben we meneer Peters van 90 kilo met een glijzeil omhoog verplaatst; afstand neus tot neus: 30 centimeter. Het lijkt wel een andere wereld, een schizofrene ervaring. 

Mijn schoonzus in Canada werkt al vier weken in beschermende kleding, maar hier in Nederland is dat onmogelijk. Ja, over een aantal weken. Dan gaan we misschien een miljoen mondmaskers per week produceren. Dan pakt de regering het ontwikkelen van zo’n app opvallend beter aan: dien vooral uw plannen in, nu! Ondertussen is de preventie in de zorg onvoldoende, verspreiden we zelf ongemerkt het virus en neemt het aantal coronapatiënten toe.  

 

 

Terug in de zorg? (10-04-2020)

Net als voor 20.000(!) andere verpleegkundigen zorgde het coronavirus dat het bij mij weer enorm begon te jeuken. Extra handen aan het bed? Natuurlijk ga ik weer werken als verpleegkundige (na 25 jaar)!

Wat me hier op de afdeling psychogeriatrie in het verpleeghuis opvalt, is de rust die er heerst en de aandacht voor de bewoners. Hoe met de ene bewoner omgegaan wordt, verschilt duidelijk van hoe met de andere bewoner omgegaan wordt. De persoonlijkheden worden gezien en er wordt naar gehandeld. Betrokkenheid ervaar ik: natuurlijk omdat de hele ploeg er toch maar onbeschermd staat terwijl er geen anderhalve meter afstand gehouden kan worden. Maar ook omdat de verzorgende-Welzijn op haar vrije dag gewoon terugkomt omdat een familielid wiens vader terminaal ligt, extra ondersteuning vraagt.

Voor mijzelf merk ik dat in mijn dna na 25 jaar nog steeds het gen 'zorg' ligt opgeslagen: zorgen dat iemand verzorgd is, dat hij of zij kan drinken en eten wat smaakt, dat hij of zij relaxt is, zich veilig voelt en lekker kan gaan slapen. Als programmaleider van de UKON-onderzoekslijn Verzorging & verpleging geeft het staan in de zorg mooie inzichten in de thema’s waar ik als onderzoeker mee bezig ben. Dus, terug in de zorg? Het is niet zozeer een teruggaan, een stap achteruit of een stap naar het verleden. Nee, het is een stap vooruit. Het vormt me als onderzoeker, als verplegingswetenschapper. Helemaal niet gek, die duo-functies, óók in de verpleging.