Minimaal bewustzijn

terug naar overzicht
 vorige studie           volgende studie
Berno Overbeek

 

Inleiding
Minimaal bewustzijn (Minimally Conscious State; MCS)  is een van de ergste uitkomsten van acuut opgetreden niet-aangeboren hersenletsel. Hierbij zijn er minimale tekenen van bewustzijn. Deze patiënten vertonen gedrag dat wijst op enig besef van het zichzelf en de omgeving, echter zij kunnen dit vaak niet consistent aangeven. De tekenen die op bewustzijn wijzen zijn wel reproduceerbaar of houden lang genoeg aan om onderscheiden te worden van reflexmatig gedrag, wat minimaal bewuste patiënten onderscheidt van patiënten in een vegetatieve toestand, tegenwoordig ook niet-responsief waaksyndroom genoemd (VT/NWS). Het onderscheiden van MCS van andere bewustzijnsstadia is moeilijk. Het beloop van MCS patiënten verschilt van dat van patiënten in VT/NWS. Na lange tijd (meer dan een jaar) kan nog verbetering optreden.

Sinds 2002 is MCS in de literatuur verankerd als apart bewustzijnsstadium. Er is weinig bekend over deze patiënten categorie in de Nederlandse langetermijnzorg. Prevalentie, patiëntkenmerken en beloop zijn onbekend.

Doelen van het onderzoek

  1. Onderzoek naar de diagnostische waarde van visueel volgen en visueel fixeren. Visueel volgen en visueel fixeren worden vaak gezien als de eerste terugkerende tekenen van bewustzijn. 
  2. Het bepalen van het prevalentiecijfer van MCSpatiënten in Nederlandse instellingen voor langetermijnzorg (verpleeghuisinstellingen voor mensen met een verstandelijke beperking, revalidatiecentra) en het in kaart brengen van de kenmerken van deze populatie. Deze informatie geeft voor het eerst inzicht in de omvang, kenmerken en beloop van de doelgroep in de langetermijnzrog. Met deze kennis kan er in de toekomst beter op problemen en behoeften van deze patiënten ingespeeld worden. De kennis kan bijdragen aan een passend zorg- en behandelbeleid, waarbij beslissingen in de behandeling en zorg beter onderbouwd kunnen worden. 

Methode
1. Literatuuronderzoek
2. Delphi-onderzoek
3. Landelijk prevalentie-onderzoek

Fase van het onderzoek
De resultaten van het literatuuronderzoek worden geanalyseerd

 
Wie voert het onderzoek uit?
Onderzoeker: Berno Overbeek, Berno.Overbeek@radboudumc.nl
 
Begeleiding 
  • Dr. Jan Lavrijsen, senior onderzoeker en specialist ouderengeneeskunde, afdeling eerstelijnsgeneeskunde, Radboudumc.
  • Dr. Henk Eilander, klinisch neuropsycholoog
  • Prof. dr. Raymond Koopmans, hoogleraar ouderengeneeskunde, afdeling eerstelijnsgeneeskunde, Radboudumc.
Financiering
Azora, Terborg (www.azora.nl